Ypres et la Grande Guerre

À l'occasion de la visite du pape Jean-Paul II, le 17 mai 1985, Ypres a reçu le titre de " Ville de Paix " et s'est ainsi vu confier une mission importante. Tous les trois ans, la ville décerne le Prix international de la paix à des personnes ou organisations qui se sont distinguées dans ce domaine. Le secrétariat de l'organisation mondiale " Mayors for Peace ", qui réunit essentiellement les maires de villes martyres, s'est également établi à Ypres. Les derniers témoins de la Première Guerre mondiale ont certes disparu, mais le souvenir est entretenu afin que chacun sache et surtout afin que l'histoire ne se répète pas.

Lorsque la guerre éclate, les Allemands veulent atteindre les ports français de la Manche. Pour cela, ils doivent s'emparer de l'ancienne ville drapière d'Ypres. Les hauteurs qui entourent la ville sont d'une grande importance stratégique. Les Britanniques accourent pour défendre The Ypres Salient, le Saillant d'Ypres, éminence britannique en territoire allemand. Le 22 novembre 1914, la Halle aux draps brûle, marquant ainsi le début de la destruction d'Ypres. Le front s'immobilise.

Cinq mois plus tard, le 22 avril 1915, les Allemands font pour la première fois usage de chlore gazeux, entre Steenstrate et Langemark. C'est la mort, la panique… la surprise est totale. Au moins 2 000 Canadiens perdent la vie. À cette époque, John McCrae travaille à l'Advanced Dressing Station, le Poste de Secours Avancé, voisin d'Essex Farm. À la mi-mai, l'administration militaire chasse la population restante de la ville.

Le Front Ouest reste alors " calme " pendant deux ans, la ligne de front ne bougeant pratiquement pas. Aucun grand champ de bataille mais de petites confrontations qui font malgré tout 100 000 morts. Au prix de lourdes pertes (près de 10 000 hommes), les Canadiens reconquièrent les sommets autour de Hill 62 et Mount Sorrel en juin 1916.

La Bataille des Mines qui fait rage autour de la Messines Ridge, la crête de Messines, à partir du 7 juin 1917 n'est qu'un présage de ce que sera la Bataille de Passchendaele. À compter du 31 juillet 1917, le jour le plus sanglant dans la région d'Ypres, 100 jours seront nécessaires afin de reprendre Passchendaele. Ici aussi, les Canadiens font un travail remarquable et comptent quelque 15,000 pertes humaines.

Au printemps 1918, ce sont surtout les Belges qui souffrent dans le nord et les Français dans le sud. Le 28 septembre, l'offensive de libération est lancée et le 11 novembre 1918, la Première Guerre mondiale prend fin.

En Belgique, dans la région du front, les villes de Dixmude et d'Ypres ainsi que des dizaines de villages sont détruits. Une partie de la population revient. La reconstruction peut commencer, le paysage lunaire est égalisé. Même à nos jours, on découvre des munitions serrées à démanteler de façon sûre. Des dizaines de cimetières sont aménagés afin d'ensevelir les 500 000 soldats morts au combat tandis que des monuments sont élevés à leur mémoire. La plupart des bâtiments historiques sont reconstruits avec soin. Bien qu'Ypres ait l'air très ancienne, elle n'a même pas 100 ans. La Porte de Menin, un monument aux disparus inauguré au 1927, est le mémorial le plus connu du Commonwealth. Il n'a toutefois pas été possible d'y graver le nom de tous les disparus. Elle porte les noms de 6 940 soldats canadiens tombés dans la région d'Ypres lors de la Grande Guerre, qui ne possèdent pas de sépulture connue. Depuis 1928, le Last Post résonne chaque soir sous ses voûtes en mémoire de toutes les victimes des deux camps. (www.lastpost.be)

Aujourd'hui, Ypres est une ville animée, moderne, à dimension humaine, où il fait bon flâner. Depuis 1998, la Halle aux draps accueille le musée In Flanders Fields, lequel sera entièrement remis à neuf d'ici 2012 (www.inflandersfields.be). Toutefois, Ypres ne se résume pas à la guerre. C'est une ville où les églises, les façades et les musées reconstruits témoignent aussi de l'histoire de 1300 à 1900. Les remparts du 17e siècle qui entourent la ville ont été transformés en un lieu de promenade unique dès le 19e siècle. La ceinture verte d'Ypres offre de multiples possibilités récréatives. La ville propose une grande variété d'événements et de possibilités d'hébergement. Bref, elle est un point de chute idéal pour tous ceux qui souhaitent explorer le Flanders Fields Country, la Terre de la Grande Guerre. (www.visitypres.be).

Dans la 'Ville de Paix' des excursions et des journées littéraires sont organisées, ainsi que des conférences et des colloques. De nouveaux monuments sont inaugurés. Les sites qui existent toujours sont restaurés et ouverts au public. Ypres joue un rôle de pionnier dans le domaine de la coopération transfrontalière avec des musées et des sites situés le long du Front Ouest. Des expositions temporaires mettent en lumière des aspects importants de cette guerre. Des itinéraires à parcourir en voiture, en vélo ou à pied permettent de revivre l'histoire de la Première Guerre mondiale là où elle s'est jouée.

Comme 'Ville de Paix' Ypres est une ville de commémoration, jamais oubliant les grands coûts, si bien soldats tant que civils, morts dans la Grande Guerre.

Ieper en de Grote Oorlog

Ter gelegenheid van het bezoek van Paus Johannes-Paulus II op 17 mei 1985 kreeg Ieper de titel maar tevens belangrijke opdracht van 'Ieper Vredesstad' toebedeeld. Zo reikt Ieper om de drie jaar de internationale Vredesprijs uit aan personen of organisaties die zich op dat vlak verdienstelijk maken. Ook het secretariaat van de wereldwijde organisatie 'Mayors for Peace' van vooral martelaarssteden is in Ieper gevestigd. De laatste getuigen van de Eerste Wereldoorlog zijn er niet meer, maar toch wordt de herinnering levend gehouden, niet alleen opdat we het zouden weten, maar nog veel meer om herhaling te vermijden.

Bij het uitbreken van de oorlog wilden de Duitsers de Franse kanaalhavens bereiken. Daarvoor moesten ze de oude lakenstad Ieper innemen. De hoogtes rond Ieper zijn strategisch van groot belang. De toegesnelde Britten verdedigen 'The Ypres Salient', de Ieperboog als Britse bult in Duits gebied. Op 22 november 1914 branden de Lakenhallen en is de vernieling van Ieper ingezet. Het front valt stil.

Vijf maanden later, op 22 april 1915 gebruiken de Duitsers, tussen Steenstrate en Langemark, voor het eerst chloorgas. Dood, paniek, …. en de verrassing is compleet. Minstens 2000 Canadezen laten het leven. John McCrae werkt in die periode in zijn Advanced Dressing Station nabij Essex Farm. Midden mei moet de resterende Ieperse bevolking van het militaire bestuur de stad verlaten.

Daarna blijft het twee jaar 'kalm' aan het Westelijk Front en wijzigt de frontlijn praktisch niet. Geen grote veldslagen, wel kleine confrontaties, met toch wel 100.000 doden tot gevolg. Met zware verliezen, bijna 10.000 man, heroverden de Canadezen de hoogtes rond Hill 62 en Mount Sorrel in juni 1916.

De Mijnenslag rond 'Messines Ridge' vanaf 7 juni 1917 is pas de voorbode van wat de Slag bij Passendale zou worden. 100 dagen waren er nodig om vanaf 31 juli 1917, de meest bloedige dag rond Ieper, Passendale in te nemen. Ook hier maakten de Canadezen zich verdienstelijk, maar verloren tevens 15.000 man.

In het voorjaar van 1918 krijgen vooral de Belgen in het noorden en de Fransen in het zuiden het hard te verduren. Op 28 september wordt het bevrijdingsoffensief ingezet, en op 11 november 1918 komt een einde aan de Eerste Wereldoorlog.

In de frontstreek zijn de steden Diksmuide en Ieper en tientallen dorpen volledig vernield. De bevolking keert gedeeltelijk terug; de heropbouw kan beginnen, het maanlandschap wordt geëffend. Tot op vandaag wordt scherpe munitie boven gehaald en onschadelijk gemaakt. Voor de 500.000 gedode soldaten worden tientallen begraafplaatsen aangelegd en monumenten opgericht. De meeste historische gebouwen werd nauwgezet gereconstrueerd. Ieper lijkt een oude stad, maar is nog geen 100 jaar oud. De Menenpoort, een monument voor vermisten, werd in 1927 onthuld en is het bekendste Commonwealth oorlogsgedenkteken. Ze kon echter niet alle namen van vermisten dragen. We vinden er de namen van 6.940 Canadese soldaten terug, gesneuveld tijdens de Grote Oorlog in de omgeving van Ieper, en die geen gekend graf hebben. Sedert 1928 wordt elke avond onder de gewelven, en voor alle gevallenen van beide partijen, de Last Post geblazen. (www.lastpost.be)

Vandaag is Ieper een bruisende stad, modern, op mensenmaat, waar het aangenaam vertoeven is. In de heropgebouwde Lakenhallen werd in 1998 het 'In Flanders Fields Museum' geopend, en tegen 2012 krijgt het al weer een facelift (www.inflandersfields.be). Maar Ieper is ook méér dan alleen maar oorlog. In deze stad vindt u niettemin ook nog de geschiedenis van 1300 tot 1900 terug in de wederopgebouwde kerken, gevels, musea. De 17de-eeuwse vestinggordel rond de stad werd al in de 19de eeuw omgetoverd tot een uniek wandelgebied. De groene rand van Ieper biedt talrijke recreatiemogelijkheden. Er is een gevarieerd aanbod van evenementen, en tevens een ruime verscheidenheid van overnachtingsmogelijkheden. Kortom, een ideale uitvalsbasis voor wie de 'Flanders Fields Country' uitgebreider wil verkennen (www.visitypres.be).

Binnen de rol van 'Ieper, Vredesstad' worden literaire dagen en uitstappen georganiseerd, lezingen en conferenties gehouden. Nog steeds worden nieuwe monumenten onthuld. Er wordt gewerkt aan de restauratie en ontsluiting van nog bestaande sites. Ieper speelt een voortrekkersrol op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking met musea en sites langs het Westelijk Front. Tijdelijke tentoonstellingen belichten belangrijke aspecten uit die oorlog. Met thematische auto-, fiets- en wandelroutes komt het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in situ aan bod.

Als 'Vredesstad' is Ieper een stad van herinnering, waar nooit de hoge tol aan mensenlevens bij soldaten en burgers in de Eerste Wereldoorlog mag vergeten worden.